Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

De geschiedenis van het Résidence Palace

Informatiebord Résidence Palace

Vandaag vertoeven er in het Résidence Palace vooral journalisten en ambtenaren, maar eigenlijk is het complex, dat net na de Eerste Wereldoorlog werd gebouwd, bedoeld als luxueus appartementsgebouw voor de Brusselse bourgeoisie en aristocratie.

 

Toen de succesvolle Waalse zakenman Lucien Kaisin in de jaren '20 van de vorige eeuw dit art-decogebouw liet optrekken was dit het grootste appartementencomplex tot dan toe in Europa. Kaisin wilde een oplossing bieden voor de huisvestingscrisis die na de Grote Oorlog was uitgebroken en die vooral de Belgische hoofdstad teisterde. Hij wilde niet zozeer de gewone bevolking een dak boven het hoofd bieden, maar eerder de rijkere klasse. Zo kon hij in één klap ook een oplossing aanbieden voor een ander probleem van die tijd: het nijpende tekort aan huispersoneel. Wie een van de appartementen huurde, zou meteen ook een beroep kunnen doen op de kamermeisjes en butlers die aan het appartementencomplex verbonden waren. Kaisin noemde het complex dan ook een 'kleine stad in een grote stad'.

 

Kaisin vroeg aan de Zwitserse architect Michel Polak om de plannen te tekenen en op 30 mei 1923 werd de eerste steen gelegd. Het hele complex zou niet alleen bestaan uit luxueuze appartementen, maar zou ook plaats bieden aan twee restaurants, een theater, een zwembad met Turks bad, scherm- en turnzalen, conferentie- en vergaderzalen, een kapsalon, een bank met kluizen, een postkantoor, garages, kruidenierszaken, een bloemenwinkel en een chocolaterie.

 

De eerste bewoners namen in 1927 hun intrek het Résidence Palace. Lang zouden ze er echter niet wonen, want in 1941 werd het gebouw in beslag genomen door de Duitse bezetter. Na de oorlog kon het complex niet heropleven in zijn oorspronkelijke staat.

 

De patio van het Résidence Palace in zijn oorspronkelijke staatHet Résidence Palace werd in 1947 gekocht door de Belgische Staat, die ruimte zocht om er overheidsdiensten in onder te brengen. Het gebouw was (en is) ideaal gelegen langs de Wetstraat. Eerst nam het Ministerie van Openbaar Onderwijs er zijn intrek. Daarna volgden onder andere nog afdelingen van de FOD Buitenlandse Zaken, van de FOD Financiën, van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, van de FOD Mobiliteit, van de FOD P&O, van de Regie der Gebouwen en van de FOD Justitie. Een tijdlang overwoog de regering om het gebouw met de grond gelijk te maken, maar zover is het gelukkig nooit gekomen.

 

In 1953 werd het theater helemaal heringericht, maar in 1975 werd het onbruikbaar verklaard omdat het niet meer voldeed aan de wettelijke voorschriften voor de brandveiligheid. Daarom volgde er in 1985 een volledige renovatie. Op dit ogenblik is het theater buiten gebruik wegens een nieuwe renovatie.

 

Op het einde van de jaren '60 onderging het buitenaanzicht van het Résidence Palace enkele belangrijke wijzigingen. Door de komst van de Europese instellingen naar Brussel veranderde de wijk van uitzicht. Het Schumanplein kreeg een hele nieuwe look door de oprichting van het Berlaymontgebouw en door andere aanpassingen, zoals de tunnel onder het Jubelpark en de metro. Daarom moesten de gebouwen op de hoek van de Wetstraat en de Justus Lipsiusstraat gesloopt worden. Het gevolg was dat de achtergevel van het Résidence Palace zichtbaar werd, terwijl die daar helemaal niet voor voorzien was. Om het vernieuwde uitzicht van het Schumanplein niet te schaden, werd er aan de beide kanten (het gebouw heeft een L-vorm) een nieuwe, moderne gevel geplaatst: 'uitbreiding Wetstraat' en 'uitbreiding Justus Lipsius'. Voor deze uitbreidingen moest er niets van het bestaande gebouw afgebroken worden. Integendeel, de capaciteit van het vroegere Résidence Palace werd verdubbeld. Voor deze werken werd een beroep gedaan op de zonen van Michel Polak, de architect van het Résidence Palace. Tegelijkertijd bouwde de Regie der Gebouwen ook een ondergrondse parkeergarage met vier verdiepingen.

 

Op dit moment werkt de Regie der Gebouwen aan een volgende wijziging, namelijk aan het realiseren van het toekomstige gebouw van de Europese Raad.